Open en eerlijke gesprekken kunnen taboe op ‘opgeven’ doorbreken

Met de komst van nieuwe therapieën en behandelingen is er de afgelopen jaren grote vooruitgang geboekt in de oncologie. Deze extra mogelijkheden hebben echter ook een keerzijde. Kiezen we voor het toevoegen van leven aan de dagen, of dagen aan het leven? Het lijkt vaak te gaan over het laatste. Dr. Linda Brom (IKNL), dr. Inge Henselmans (AMC), dr. Art Vreugdenhil (MMC) en prof. dr. Peter Huijgens (IKNL) beschrijven welke mechanismen daaraan ten grondslag liggen. Wat geef je eigenlijk op als je stopt met de behandeling om de kanker te remmen ? Hoe kunnen we het taboe op ‘opgeven’ doorbreken? Volgens de auteurs is er niet één oplossing. Betere zorg begint met een goed gesprek.

Toen en nu
In afgelopen jaren is er in de oncologie grote vooruitgang geboekt met de komst van nieuwe therapieën. De verbeterde mogelijkheden om ziektes te genezen en levens te verlengen kennen echter ook een keerzijde. Behandelingen kunnen immers heel belastend zijn. Opties met elk voor- en nadelen dienen tegen elkaar te worden afgewogen. Wanneer genezing niet meer mogelijk is, speelt de afweging tussen kwaliteit en kwantiteit van leven. Bij gevorderde kanker wordt vaak chemotherapie gegeven met als doel het behoud of verbeteren van kwaliteit van leven, verlenging van het leven en het remmen van tumorgroei. Deze verschillende doelen, de onzekerheid van de uitkomsten en terugkerende beslismomenten maken besluitvorming complex.

Doorbehandelen
De laatste jaren is er veel aandacht voor ‘doorbehandelen’. Illustratief is een enquête uit 2012 van Medisch Contact onder het KNMG-ledenpanel [1]. Respondenten noemden daarin redenen van doorbehandelen aan het levenseinde die enerzijds betrekking hebben op de wens en verwachtingen van de patiënt en de familie, en anderzijds op het handelen van de dokter.

De patiënt grijpt de strohalm
De diagnose kanker, zeker wanneer deze uitgezaaid is, brengt de dood opeens dichtbij. De drang om te leven zorgt ervoor dat veel patiënten elke strohalm die hen wordt aangeboden willen grijpen [2], in de hoop de uitzondering op de regel te zijn. Veel respondenten in de KNMG-enquête zagen de hoge verwachtingen en het gebrek aan acceptatie van patiënt en familie als een reden voor lang doorbehandelen. Onderzoek laat zien dat het schetsen van een behandelplan een houvast kan bieden voor patiënten [2].

Het volbrengen van het aantal kuren kan een doel op zich worden. Zeker wanneer patiënten ‘er bijna zijn’ is de drive om door te gaan sterk, vanuit de patiënt en naasten. In de pers, op televisie en sociale media gaat het over ‘strijden tegen kanker’ en ‘opgeven is geen optie’. We zien met name krachtige mensen die geld ophalen voor kankerbestrijding. Dat beeld laat wellicht weinig ruimte om over doodgaan aan kanker te spreken, en om af te zien van een behandeling die de ziekte moet remmen [3]. De ‘strijd tegen kanker‘ wekt daarnaast de indruk dat degene die verliest, niet hard genoeg gevochten heeft. En niemand wil als opgever te boek staan.

Een patiënt met uitgezaaide slokdarmkanker slaakte ooit een zucht van verlichting toen de ziekte progressief bleek onder de huidige therapie. ‘Nu hoef ik thuis in ieder geval niet uit te leggen waarom ik wil stoppen’. Mogelijk beseffen patiënten ook niet altijd dat er een reëel alternatief is voor een ziekte-gerichte behandeling, namelijk behandeling gericht op het verlichten van symptomen en comfort. Wie wil er nou ‘niks doen’ in zo’n situatie? De gedachte dat afzien van een kankerbehandeling betekent dat ‘je wordt opgegeven’, maakt het kiezen voor die optie zeer onaantrekkelijk [4,5].

De arts in de behandelmodus
Voor artsen ligt de focus ook op (be)handelen – daarvoor zijn ze opgeleid [6]. Maar wanneer genezing niet meer mogelijk is, vraagt dit een andere benadering. Dan wordt het constant balanceren tussen enerzijds het niet ontnemen van hoop en de kanker remmen en anderzijds het spreken over doodgaan en goede ondersteunende zorg. De vraag ‘Hoe gaat het met u?’ is een goede, maar leidt vaak tot antwoorden met alleen betrekking tot het actuele en fysieke functioneren. Als de strohalm wel erg dun wordt, is het tijd om onderwerpen aan te snijden als: ‘wat wilt u (nog) in het leven?’, ‘wat betekenen deze klachten voor u?’ en ‘in hoeverre wordt u beperkt in uw dagelijkse bezigheden en wat is voor u belangrijk?’

Dergelijke reflectiegesprekken kunnen helpen bij het maken van een weloverwogen keuze om vast te houden aan behandeldoelen of deze bij te stellen. Twee op de drie respondenten in de KNMG-enquête vond dat artsen te lang wachten om met de patiënt over het naderende einde te spreken. Ook bleek een groot aantal artsen dit gesprek soms moeilijk te vinden.

Gaandeweg verschuiven grenzen van patiënten. Het aanpassen van doelen aan een nieuwe werkelijkheid is een heel belangrijke menselijke eigenschap [7]. Dat betekent wel dat in het arts-patiëntgesprek met grote regelmaat bovengenoemde vragen gesteld moeten worden. Wanneer een arts een patiënt langere tijd kent wordt de behandelrelatie intenser. De arts weet wat de patiënt wil en hoe hij of zij in het leven staat. Maar gelden die voorkeuren nog steeds bij terugkeer van de ziekte of andere onvoorziene situaties, of zijn deze in de loop van de tijd veranderd? Het regelmatig uitvragen en bespreken van wensen en zorgen kan hierbij helpen [8].

Gedeelde besluitvorming, waarbij patiënten goed worden geïnformeerd en waarbij hun waarden en voorkeuren bepalend zijn, is essentieel bij behandelingskeuzes na een diagnose van ongeneeslijke kanker. Een obstakel kan zijn dat zo’n gesprek mogelijk meer tijd vergt dan het voorstellen van een concrete behandeling. Eén gesprek is wellicht niet voldoende. Sinds 2014 heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een nieuwe zorgactiviteit omschreven, ‘Intensief consult ten behoeve van zorgvuldige afweging behandelopties (190063)’, die de arts meer tijd biedt voor dergelijke gesprekken. Er wordt echter nog maar weinig gebruik gemaakt van dit ‘kijk- en luisterconsult’ [9].

Cultuurverandering
De maatschappij speelt een belangrijke rol in ‘ons’ gedachtegoed over (doorgaan met) behandelen. De heersende cultuur is dat je moet vechten tegen kanker [6,10,11]. Maar nog altijd overlijdt de helft van de kankerpatiënten binnen vijf jaar na diagnose [12]. ‘Opgeven is geen optie’ is een mooie kreet voor het werven van subsidies om de kankerzorg verder te brengen, maar geeft op het niveau van de patiënt een verkeerd signaal.

Gelukkig zijn er vandaag de dag steeds meer tegengeluiden. Interviews, documentaires en reportages in de media over ongeneeslijk zieke patiënten en nabestaanden geven inzicht hoe men omgaat met de wetenschap niet meer beter te worden. Ze laten zien welke emoties en gedachtes een rol spelen en hoe mensen de hen resterende tijd invullen. Dat draagt bij aan het bespreekbaar maken van het levenseinde en doodgaan.

Een goed gesprek
Er is niet één oplossing voor het doorbreken van het taboe op opgeven. Besluitvorming aan het einde van het leven is complex; wensen en waarden van de patiënt zijn veranderlijk. Een goed vertrekpunt is het herhaaldelijk voeren van een open en eerlijk gesprek over de toekomst. Artsen bespreken de voor- en nadelen van verschillende behandelopties. Patiënten kunnen vertellen over hun wensen, verwachtingen en hun persoonlijke situatie. Zo kan een goed gesprek leiden tot passende zorg voor de individuele patiënt en het maken van weloverwogen keuzes. De onlangs gelanceerde campagne ‘betere zorg begint met een goed gesprek’ geeft aanknopingspunten voor zowel patiënten als artsen om tot komen tot dat goede gesprek [13]. Een volgende stap om het taboe op ‘opgeven’ te doorbreken.

Noten

  • De referenties bij dit stuk zijn te vinden via de website van de NVPO
  • Dr. Linda Brom is werkzaam bij IKNL als adviseur en onderzoeker palliatieve zorg en promoveerde onlangs op gedeelde besluitvorming bij palliatieve chemotherapie bij het VUMC.
  • Dr. Inge Henselmans werkt als postdoc onderzoeker bij het AMC met als aandachtsgebieden gedeelde besluitvorming en arts-patiënt communicatie bij gevorderde kanker.
  • Dr. Art Vreugdenhil is internist-hematoloog/oncoloog en werkzaam bij het Maxima Medisch Centrum en als onderzoeker palliatieve zorg bij MUMC.
  • Prof. dr. Peter Huijgens is bestuurder van IKNL en emeritus hoogleraar hematologie VUmc.

Referentielijst

  1. Visser J. De arts staat in de behandelmodus. Medisch Contact 2012;67(22):1326–1329
  2. Brom L, Onwuteaka-Philipsen BD, WIddershoven GAM, Pasman HRW. Mechanisms that contribute to the tendency to continue chemotherapy in patients with advanced cancer. Qualitative observations in the clinical setting. Supportive Care in Cancer 2015. DOI 10.1007/s00520-015- 2910-7.
  3. Malm, Heidi. “Military Metaphors and Their Contribution to the Problems of Overdiagnosis and Overtreatment in the “War” Against Cancer.”The American Journal of Bioethics16.10 (2016): 19-21.
  4. Charles, Cathy, et al. “Doing Nothing Is No Choice: Lay Constructions of Treatment Decision‐Making among Women with Early‐Stage Breast Cancer.”Sociology of Health & Illness20.1 (1998): 71-95.
  5. Abhyankar, Purva, et al. “Framing Options as Choice or Opportunity Does the Frame Influence Decisions?.”Medical Decision Making (2014): 0272989X14529624.
  6. Stuurgroep Passende zorg in de laatste levensfase. Niet alles wat kan, hoeft. Utrecht, 2015.
  7. Boerner, K. & Jopp, D. (2007). Improvement/maintenance and reorientation as central features of coping with major life change and loss: Contributions of three life-span theories. Human Development, 50, 171-195.
  8. Henselmans, I. V. L., H.W.M., Van der Vloodt, J.; De Haes, J.C.J.M., Smets, E.M.A. Shared decision making about palliative systemic treatment: qualitative observation of talk about patients’ preferences. Palliat Med Geaccepteerd.
  9. https://www.skipr.nl/actueel/id21657-arts-declareert-nauwelijks-kijk-en-luistergeld.html
  10. McCartney M. The fight is on: military metaphors for cancer may harm patients. BMJ 2014: 349:g5155
  11. Berger DW. To be good physicians, we must all fight against the battle against cancer. BMJ 2014;349:g5862
  12. IKNL. Kankerzorg in Beeld. 2014.
  13. www.begineengoedgesprek.nl

Dit artikel is eveneens verschenen in het Tijdschrift PsychoSociale Oncologie (PSO), Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO), 2016, editie 4, pag. 22-23. 

‘Ik was echt bang om dood te gaan’

Ex-kankerpatiënten krijgen vaak geen goede psychische hulp. Er is wel goede nazorg, maar die komt nu niet altijd bij de patiënten terecht. Uit onderzoek van KWF Kankerbestrijding blijkt dat een op de drie kankerpatiënten daar wel behoefte aan heeft. Volgend jaar start er een pilot om dat te verbeteren. Verslaggever Jozephine Trehy ging langs bij Alette Zeijlstra die 5 jaar geleden kanker kreeg. Het fragment is op de website van de NPO te beluisteren (vanaf 1:56).

Volgend jaar start de pilot ‘Aanpassingsstoornis bij kanker’, die ervoor moet zorgen dat mensen met een hulpvraag behandeld kunnen worden door een oncologiepsycholoog, dat de toegankelijkheid van psycho-oncologische zorg verbetert en dat de zorg vergoed wordt vanuit het basispakket.

Het Ingeborg Douwes Centrum heeft hard meegewerkt aan het schrijven van de Richtlijn Aanpassingsstoornis en de landelijke lobby om deze pilot mogelijk te maken.

Sharing is caring: leed delen op social media

Steeds meer mensen met kanker delen alles wat ze moeten doorstaan op sociale media. Dat kan behoorlijk confronterend zijn voor de kijkers, maar juist helend voor de patiënt. Aan dit onderwerp werd gisteren een item besteed bij Editie NL op RTL4. Eline Aukema, hoofd van het Ingeborg Douwes Centrum, werd hierin geïnterviewd over de mogelijk voor- en nadelen van het delen van je ziekte op sociale media.

Het item ‘Sharing is caring: leed delen op social media’ is terug te kijken op de website van RTLXL.

Ingeborg Douwes Centrum introduceert zingevingstherapie voor overlevers van kanker

Naar schatting worstelt 25% van de mensen met kanker met ‘zingevingsproblematiek’: psychische klachten die te maken hebben met het zoeken van houvast en betekenis om een situatie te kunnen begrijpen en accepteren. Tot op heden was er geen evidence-based therapie voor deze problematiek in Nederland. Nadia van der Spek, onderzoeker aan de Vrije Universiteit en psycholoog bij het Ingeborg Douwes Centrum (IDC), onderdeel van OLVG, onderzocht in haar proefschrift de effecten van een Amerikaanse zingevingstherapie voor overlevers van kanker.

Meaning Centered Group Psychotherapy
Van der Spek toont aan dat zingevingsprocessen vaak door kanker beïnvloed worden en dat patiënten gebaat zijn bij een gerichte therapie. Een voorbeeld hiervan is de Meaning Centered Group Psychotherapy (MCGP). Deze therapie bestaat uit acht groepssessies en is erop gericht om nieuwe manieren van zingeving te ervaren en dit in een bredere context te plaatsen. MCGP verbetert het psychologisch welzijn van patiënten en is effectiever én goedkoper dan standaardzorg. Het IDC biedt vanaf 2017 hulpverleners in het hele land trainingen aan om deze zingevingsmethodiek in te zetten bij mensen met kanker.
De zingevingstherapie is onderzocht bij 170 patiënten die curatief waren behandeld voor kanker. Patiënten werden in drie groepen verdeeld, waarbij drie situaties met elkaar werden vergeleken’: zingevingstherapie, lotgenotencontact en geen therapie. Hieruit bleek dat MCGP in vergelijking met de andere twee interventies een effectieve toepassing is voor het verbeteren van zingeving, psychologisch welzijn en het omgaan met de ziekte op korte termijn. Daarnaast zagen de onderzoekers een vermindering van de psychologische distress en depressieve klachten op langere termijn. Van der Spek: “Bovendien vonden we sterke aanwijzingen dat MCGP ook kosteneffectief is. Naast een belangrijk middel ter ondersteuning van zingeving bij kankerpatiënten, zorgt het waarschijnlijk ook voor minder kosten bij deze groep patiënten.” In eerder onderzoek is deze therapie ook al effectief gebleken voor mensen met kanker in de palliatieve fase. Tijdens de groepssessie wisselen deelnemers ervaringen uit over zingeving na kanker. Er wordt theoretische uitleg gegeven over wat bronnen van zingeving zijn, en deelnemers doen oefeningen en maken huiswerkopdrachten. Dit alles gebeurt onder begeleiding van een MCGP-getrainde psycholoog.

Zingeving en kanker 
Zingevingsvragen die bij overlevers van kanker aan de orde kunnen komen zijn bijvoorbeeld ‘Waarom overkomt mij dit?’, ‘Tel ik nog mee nu ik nooit meer volledig zal kunnen werken?’ en ‘Is mijn leven nog de moeite waard?’. Zingeving is sterk gerelateerd aan psychologisch welzijn na kanker en hangt samen met een betere kwaliteit van leven tot zelfs jaren na de diagnose. Nadia van der Spek: “Ook na de behandeling van kanker moeten overlevers om zien te gaan met fundamentele onzekerheden in het leven. De mogelijkheid van het terugkomen van de ziekte en het onzekere beloop van het herstel zijn aspecten waar patiënten vaak tegenaan lopen. De diagnose gaat vaak gepaard met verliezen op verschillende levensgebieden, zoals fysieke gezondheid, werk en relaties. Dit kan het ervaren van zingeving bemoeilijken.”

Over het Ingeborg Douwes Centrum
Het Ingeborg Douwes Centrum is een centrum voor psycho-oncologische zorg in Amsterdam. Patiënten en naasten kunnen er terecht voor ondersteuning op het gebied van verwerking, acceptatie en zingeving. Het IDC is onderdeel van OLVG en is aangesloten bij IPSO, de brancheorganisatie van inloophuizen en psycho-oncologische centra. Het IDC werkt o.a. nauw samen met het VU medisch centrum op gebied van onderzoek en innovatie om zorg bij kankerpatiënten te verbeteren. Het promotie-onderzoek van Nadia is gefinancierd door KWF/Alpe d’Huzes.

Het proefschrift
Meaning-centered group psychotherapy for cancer survivors: development, efficacy and cost-utility – Nadia van der Spek (2016)
lees/download in .pdf

In de pers
Zingevingstherapie helpt bij omgaan met kanker: ‘Ik heb me er nu bij neergelegd’ (Het Parool, 11 september 2016) lees/download in .pdf
Therapie geeft je een keuze (Het Parool, 11 september 2016) lees/download in .pdf

Amsterdam Marathon: Ren mee voor psychosociale hulp bij kanker

Net als vorig jaar kunnen de deelnemers aan de Goede Doelenloop van 8 km tijdens de 41ste Marathon van Amsterdam op zondag 16 oktober weer geld inzamelen voor Esperanza en het Ingeborg Douwes Centrum. Deze twee instellingen bieden kankerpatiënten en hun naasten psychosociale ondersteuning.

Lopers kunnen zich daarvoor zowel inschrijven bij de 41e TCS Amsterdam Marathon als aanmelden bij de speciale sponsorpagina. Voor het inschrijfgeld van € 40,- ontvangen zij dan naast het startbewijs ook een goodiebag met o.a. een speciaal T-shirt.

Psychosociale zorg bij kanker moet in basispakket

Vele duizenden mensen vinden dat psychosociale zorg bij kanker onmisbare zorg is die vergoed moet worden uit het basispakket. Dit blijkt uit de petitie ‘Minder kopzorgen bij kanker’ die Patiëntenkoepelorganisatie Levenmetkanker (LMK) vandaag aan de voorzitter van de Vaste Commissie voor VWS heeft aangeboden.

Elk jaar krijgen 100.000 mensen in Nederland te horen dat zij kanker hebben. Een diagnose die inslaat als een bom. Niet alleen bij degene die kanker heeft, maar ook bij de partner, ouders, kinderen en andere naasten. De eerste aandacht gaat uit naar behandeling van de ziekte, naar overleven, terwijl ook de psychische gevolgen vaak groot zijn.

Tussen wal en schip
Ongeveer één derde van alle patiënten heeft behoefte aan psychosociale zorg. Zij leven met problemen als angst, somberheid, woede of vermoeidheid. Dit zijn klachten die kunnen vallen onder de ‘aanpassingsstoornis’. Problemen die zijn ontstaan dóór de diagnose kanker. Deze mensen hebben gespecialiseerde zorg nodig. De aanpassingsstoornis wordt echter niet meer vergoed uit het basispakket. Hierdoor vallen veel kankerpatiënten tussen wal en schip. Of zij moeten de zorg zelf betalen of zij krijgen onterecht een ‘zwaardere’ diagnose (zoals depressie), zodat de zorg wel vergoed wordt.

Krachtenbundeling
In het Landelijk Overleg Psychosociale Oncologische Zorg (PSOZ) hebben LMK en haar partners uit het veld* de krachten gebundeld. De visie van het Landelijk Overleg PSOZ
is, dat psychosociale zorg voor mensen met kanker, laagdrempelig en betaalbaar dient te zijn, en altijd een integraal onderdeel van kwalitatief hoogstaande oncologische zorg.
De petitie van LMK onderstreept het belang van deze visie.

Juiste en gepaste behandeling
Om de waarde en kwaliteit van psychosociale zorg te borgen is, in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO) en onder procesbegeleiding van het Trimbos Instituut, de richtlijn aanpassingsstoornis bij kanker opgesteld. Deze richtlijn is gefinancierd door KWF Kankerbestrijding en in samenwerking met de beroepsverenigingen en LMK ontwikkeld. De richtlijn maakt dat er juist en gepast geïndiceerd kan worden, wat onder- en overbehandeling voorkomt. En belangrijker nog: dat de patiënt de juiste behandeling krijgt. Het draagvlak hiervoor in de maatschappij is groot: ruim 16.000 mensen pleiten voor opname van de aanpassingsstoornis bij kanker in het basispakket.

Expertmeeting
Op 15 juni vindt er een expertmeeting met o.a. minister Schippers plaats, om verder te praten over de toegankelijkheid van de psychosociale zorg voor mensen met kanker. Tijdens het Algemeen Overleg Pakketbeheer in de Tweede Kamer op 16 juni wordt besproken of de aanpassingsstoornis weer wordt opgenomen in het basispakket.

Teken de petitie voor vergoeding van psychosociale zorg bij kanker!

Het IDC zet zich met diverse partners uit het veld, verenigd in het landelijk overleg, in voor kwalitatieve en toegankelijke psycho-oncologische zorg. Met het schrappen van de diagnose ‘aanpassingsstoornis’ uit het verzekerde pakket (vanaf 2013), wordt voor een groep cliënten (patiënten maar ook partners en kinderen van patiënten) de geboden zorg van een oncologiepsycholoog niet meer vergoed vanuit de zorgverzekering, tenzij een andere diagnose van toepassing is, zoals een angststoornis of depressie.

Met deze petitie hopen we dat de minister en de Tweede Kamer de diagnose weer opnemen in het verzekerde pakket, zodat psycho-oncologische zorg weer toegankelijk wordt voor alle mensen met kanker.

Teken de petitie op www.minderkopzorgenbijkanker.nl.

Oproep aan gezinnen waarvan een ouder kanker heeft

Het Ingeborg Douwes Centrum werkt mee aan een onderzoek naar de impact van kanker op het gezin, dat door de Universiteit Utrecht wordt uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om voor gezinnen waarvan de vader of moeder kanker heeft een toegankelijke (zelfhulp)methode te ontwikkelen, die hen kan voorzien van informatie en adviezen over ‘Hoe praat je met elkaar en met je kinderen over kanker?’ en ‘Wat heeft ons gezin nodig om de situatie zo goed mogelijk te hanteren?’

Hiervoor vragen we de deelname van gezinnen met kinderen tussen de 0 en 18 jaar, waarvan een ouder kanker heeft. U wordt uitgenodigd om bij een aantal bijeenkomsten aanwezig te zijn, waarin steeds een specifiek thema wordt besproken: opvoeding, communicatie in het gezin en omgaan met emoties. Deze thema’s roepen mogelijk vragen bij u op, die u dan direct met andere ouders kunt bespreken en delen. De bijeenkomsten worden begeleid door twee (kinder)psychologen. Daarnaast kunnen wij leren van uw ervaringen en levert u hiermee een bijdrage aan het onderzoek.

Mocht u na afloop nog specifieke vragen hebben over uw eigen gezinssituatie dan zal Dineke Verkaik (orthopedagoog van het Ambulatorium en een van de onderzoekers) contact met u hierover opnemen. Mocht er behoefte zijn aan extra ondersteuning dan kan daar samen naar gekeken worden.

Praktische informatie:
Voor wie: Gezinnen met kinderen tussen de 0-18 jaar, waarvan een ouder ziek is
Waar: Ingeborg Douwes Centrum, Amsterdam
Wanneer: Dinsdagavond 17 mei, 7 juni en 21 juni van 19.30-21.00 uur
Kosten: Geen
Aanmelding: Via Dineke Verkaik d.verkaik@uu.nl (Universiteit Utrecht) of via p.papa@olvg.nl (Ingeborg Douwes Centrum)

Meer informatie vindt u in dit achtergronddocument en in de patiëntenfolder.

Jong en kanker – samen sterker

Jaarlijks krijgen in ons land zo’n 2500 mensen van 18 tot 35 jaar te horen dat ze kanker hebben. Dat vergt naast gerichte medische zorg ook andere ondersteuning. Want hoe moet dat verder met opleiding of werk? Is het mogelijk om een huis te kopen? En is die kinderwens nog haalbaar?

Lees het artikel Jong en kanker – samen sterker uit De Telegraaf van 30 januari 2016.